Sinterklaasgedicht: ‘Je weet dat Sint geen dichter is’
Je weet dat Sint geen dichter is
dat heeft hij nooit geleerd
hij heeft dit versje helemaal
voor jou gekopieerd
bij alle pakjes die je krijgt
kom je dit versje tegen
dus richt je aandacht helemaal
op wat je hebt gekregen
— Marianne Busser & Ron Schröder
Meer sinterklaasgedichten
Sint en Piet hebben gehoord
Sint en Piet hebben gehoord
Dat je heel wat hebt afgeboord
Een schuur dat is wat je hebt gebouwd
En ja je hebt heel wat afgesjouwd
Je werkte de laatste weken erg hard
En ja dan wilt je maag ook wel wat
Daarom had de Sint een goed idee
En nam een leuk cadeautje voor je mee
Een mooi boek waar je een lekkere bodem mee
kan beleggen
Jullie zullen lekker eten dat kan ik je wel
zeggen
Sint denk dat (...naam ontvanger...) best wel in
de keuken wil staan
En dan een lekker kookboek wilt open slaan
Sint en Piet willen best eens komen proeven
bij de kookkunsten waarbij je vast zal zwoegen
Dit zal pas worden volgend jaar
Maar maak alvast maar wat lekkers klaar
Piet uit zijn dichtelement
Van eind september
Tot begin december
Zit Piet zijn hersens te kraken
Om toch een mooi gedichtje te maken
Ik ben helaas een Piet die niet kan dichten
Ik probeer wat op papier aan te richten
Urenlang zat ik te denken
Wat zal ik je toch schenken
Je doet aan gymen
Maar Piet weet niet, ik moet denk ik dimmen
Met je cadeautje ben je vast blij
en bij dit gedicht komen niet veel regels meer bij
Ik hoop dat je dat niet erg vindt
Maar zeg het maar niet tegen de Sint
Sinterklaas
Met zijn paardje in gestrekte draf
Zijn rode mijter en gouden staf
Komt hij langzaam van de stoomboot af
In zijn hand lig een heel groot dik boek
maar vele kindjes die zijn nog zoek
en rapen her en daar nog wat snoep
Met zijn twee witte handschoenen aan
Kijkt de Sint heel lief en zo voldaan
Naar ons allen die nu rond hem staan
Naast de Sint staat onze zwarte piet
Met twee wortels en een rode biet
Maar zijn grote zak die zien wij niet
Het zal nooit meer prettig zijn als toen
Met onze laarsjes, of onze schoen
’t is nu Sinterklaasje voor de poen
— Vermeersch Jean-Paul
Sinterklaas
Wat men in drie honderd twee en veertig zag
Was op zes december de sint zijn sterfdag
Al in het Byzantijnse Mira stierf hij
Met tien jaar later de Turken aan zijn zij
Mira Nicolaas mooie bedevaardsoord
Werd in duizend acht en zeventig verstoord
Want een Italiaanse boot uit Bari
Stal het stoffelijke en zijn relikwie
De brave man kwam niet eens in Spanje aan
En toch zien kinderen hem op die boot staan
Elk jaar keer op keer weer met speelgoed en snoep
Terwijl hij op zijn wit paard de Piet toeroept
Vergezeld als een God met zijn zwarte Raaf
Of is hij de aangekochte zwarte slaaf
Iemand die speelt voor het duiveltje in dood
En nu moet smijten met het hemelse brood
— Vermeersch J.P.