Ik heb geen enkele cent op zak
en toch wil ik trakteren
Als je wilt weten hoe ik dat doe
dan zal ik je 't eens leren
Trakteer iedereen de hele dag
op een vriendelijk gezicht
en een blijde lach!
Poëziealbumversjes – pagina 21
Je moeten en je willen
die zullen vaak verschillen
Je doet het beste als je doet
niet wat je wilt, maar wat je moet
Ga flink het leven door
Zet steeds je beste beentje voor
En mocht je soms toch verdrietig zijn
Denk dan: na regen komt weer zonneschijn
Buiten in het donkere bos
lopen heel wat katten los
Grote, kleine, dunne, dikke
katjes die hun pootjes likken
Snoesjes
van poesjes
Maar plotseling werd ik bleek
't was net of de laatste
wat op ....(naam).... leek
Tussen vriendschap en een roosje
Is een heel groot onderscheid
Roosjes bloeien maar een poosje
Vriendschap duurt een eeuwigheid
Ik heb een boeketje samengebonden
Van de grasjes aan de vliet
'k Heb er een bloempje bijgebonden
't Vraagt voor mij: "Vergeet mij niet"
Lang zul jij leven
Jij wordt honderdzeven
Jij wordt honderdacht
Wie had dat gedacht?
Rolstoel in de regen
Jij wordt honderdnegen
Jij wordt honderdtien
Dan lees je dit misschien
Wees tevreden hier op aarde
Met je plaatsje in de zon
Met een prachtige blauwe hemel
Als een kind met een ballon
Kleine waterdruppels
kleine korrels zand
vormen samen de grote zee
en het grote strand
Kleine liefdesdaden
kleine woordjes teer en zacht
hebben vaak in het kleinste huis
het grootste geluk gebracht
Wij zijn twee leuke meisjes
Die houden van elkaar
Ik hoop dat het zo blijven mag
Nog menig vrolijk jaar
Onder de cadeautips staan nog 5 gedichten.
Bij de zeven dwergen
woont een vrolijk mannetje
die drinkt roze rode wijn
uit een roze rode kannetje
Als je bij hem komt
gooit hij zijn glaasje stuk
maakt een diepe buiging
en zegt dan:
Ik wens je veel geluk!
De Heer roept alle kinderen
En zegt tot groot en klein
Wil jij mijn schaapje wezen
Ik wil jouw Herder zijn
Ik keek in een hoekje
daar zag ik een boekje
het was naar mijn zin
ik dacht, ik zal erin schrijven
om altijd in jouw
herinnering te blijven
Er woont een vreemd jongetje op onze kade
Hij drinkt boerenkool en hij eet limonade
Hij kookt op zijn bed en hij slaapt op 't fornuis
En als hij eens uit wil dan blijft ie juist thuis
Hij staat op een stoel en hij zit op de grond
Hij eet met z'n oren en hoort met z'n mond
Hij loopt achteruit en hij zit op z'n schouders
Maar lief is hij wel want dat zeggen z'n ouders
We vinden het gek en we lachen ons krom
En we noemen hem allemaal:
Jan Andersom
Wees een zonnetje voor ieder
Vriendelijk, minzaam en oprecht
'k weet zeker dat dan voor jou in 't leven
nog heel wat goeds in weggelegd
— ingezonden door Lisette Vangenechten