Overlijdensgedicht: ‘De laatste reis’
De laatste reis
Een stormwind ruist in zijn oren
wanneer hij gepord wordt voor de laatste reis
een donkere nacht als nooit tevoren
omfloerst z'n schip in mistig grijs
Hij ordent koers en snelheid
maar antwoorden doet er geen
de laatste reis naar de eeuwigheid
die maakt de mens alleen
Hij vindt de weg naar buiten
en op zoek naar de uiterton
ziet hij door de beslagen ruiten
het dovend vuur van de levensbron
Hij weet dat hij goed op koers ligt
en geeft nog éénmaal volle kracht
hij houdt het oog op het stervend licht
het dooft, hij heeft de reis volbracht
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer overlijden & rouw gedichten
Stil ben je van ons heengegaan
je hebt altijd voor ons klaargestaan
geborgenheid en liefde heb je ons gegeven
zo was je hele leven
je was een schat voor ons allen
je te moeten missen zal ons zwaar vallen
De mensen van voorbij
zij blijven met ons leven
De mensen van voorbij
ze zijn met ons verweven
In liefde, in verhalen
die wij zo graag herhalen
In bloemengeuren, in een lied
dat opklinkt uit verdriet
'k Hield vast omsloten in mijn hand
een schone edelsteen
zo zuiver en zo schitterend
vond ik er nimmer een
Het was mijn eigendom, mijn schat
geschenk van God de Heer
geen ander die 't bewaken zou
zo liefdevol en teer
Doch zie daar vroeg op zek're dag
de meester mijn juweel...
ik smeekte Hem: "ach Vader, nee!
dat niet, dat is teveel!"
Toen sprak de Heer zacht tot mij:
"ik doe het uit liefde, kind
opdat gij eenmaal in mijn kroon
het schoner wedervindt"
"Ach Heer, 't is mijn grootste schat
mijn wondere diamant
ik zal er trouw voor zorgen Heer
met liefdevolle hand"
"Dat weet ik" sprak des Vaders stem
"maar als men rooft uw steen?"
geen dief heeft ooit de drempel van
mijn woning overschreen
En waar uw dierbaar kleinood is
daar zal ook uw hart zijn
uw schat is slechts voorgegaan
en straalt in zonneschijn
God sprak - mij trof een diepe blik
vol deernis, mild en zacht -
toen heeft Hij stil mijn kostbare schat
in veiligheid gebracht
In 't vale morgenlicht
stond ik, verblind van smart
en drukte toen de lege doos
zacht schreiend aan mijn hart
Toch sprak ik: "Vader ik vertrouw
op Uw onfeilbaar Woord:
ik weet dat nu mijn liefste bezit
ons beide toebehoort!"
— ingezonden door Sonja Bazelmans
Ergens oneindig ver
zweeft een dierbaar engeltje
en gooit glimlachend een zoen
naar deze kleine kapoen