Direct naar de inhoud

Kerstgedichten โ€“ pagina 2

Begenadigd

Zie je Ruth lopen
met op haar rug
een zak vol gelezen aren,
zie je haar ogen
waarin de glans
van wat ze heeft ervaren?

Zie je Maria
die na het bezoek
van de engel begint te zingen,
zie je haar bewogen
hart, overmand door
zegeningen?

Twee begenadigde vrouwen,
vol geloofsvertrouwen
in Ruth een ontluikende liefde
voor haar gevonden losser,
in Maria het groeiende kind,
de komende Verlosser.

Zie ik mezelf
in het licht van de nacht
waarin ik vergeving vroeg?
Mijn Verlosser ziet mij,
Hij heeft het volbracht.
Zijn genade is mij genoeg.

In mijn ogen verschijnt
de glans van Ruth,
met Maria begin ik te zingen,
doordat mijn Verlosser leeft
voel ik mijn hart opspringen.

— Coby Poelman - Duisterwinkel

Bekijk

De stilte van de kerstnacht

Maria, het jonge meisje,
pas het Kind gebaard
overdenkt
wat ze destijds
in haar hart
heeft bewaard,
de woorden van de engel
en van Elisabeth,
haar liefde voor Jozef,
zijn trefzekere tred.

Hoor, er komen herders
vol eerbied en ontzag,
vertellen de geliefden
wat hen hier heeft gebracht,
hoe engelen verschenen
in het donker van de nacht.

In de stilte van die nacht
overdenkt moeder Maria,
jubelen herders
op hun terugweg
naar het veld,
lovend, prijzend,
stralend van verre
hebben ze ieder
hun vreugde verteld.

In de stilte
van de kerstnacht
overdenk ook ik en vind
door de woorden van Lucas
't verlossende Kind.

— Coby Poelman - Duisterwinkel

Bekijk

Alles goed met moeder en Kind

Ergens in een kamer
staat een bed op klossen.
Een vrouw bevalt.
Als pijn niet meer
te houden lijkt
klinkt het verlossend
schreeuwen.

Ergens in Bethlehem
liep een bevallende vrouw.
Een kamer was er niet,
laat staan een bed op klossen.
Haar pijn werd
hardvochtig gemeden.

Haar Kind heeft later
pijnlijk veel geleden
terwijl Hij kwam
om te verlossen.

— Coby Poelman - Duisterwinkel

Bekijk

Gebed in de kerstnacht

In deze stille nacht
staan we rondom het Kind
dat zoveel voor ons
heeft betekend.
Wij kennen het vervolg,
gelezen in Uw Woord,
verbazen ons niet meer
zoals de herders of de wijzen
toch kwamen we hier
met hetzelfde doel:
Hem hulde te bewijzen.

In onze donkere nacht
bidden wij U om schijnsel.
Verlicht ons met Uw Geest
om hier vannacht
Uw Wonder te aanschouwen.
Ontwindt de touwen
wanneer een nog gebonden mensenkind
zich stil in Hem hervindt!

— Coby Poelman - Duisterwinkel

Bekijk

Kerstboodschap om de hoek

In haar erker staan
de wijzen op het oosten,
een stukje verder
lopen schapen met een herder,
aan de zuidkant
zie je Maria en Jozef gaan,
de stal met os en ezel
wachten op het westen,
de voerbak staat nog op de kop,
het vilten kindje onderop.

Bij het kaarslicht
van de kerstnacht
haalt ze wijzen uit het oosten,
schapen met hun herder,
Maria en Jozef naar de stal,
de voerbak keert ze om,
nu ligt het kindje boven.
Dit is voor haar jaar in jaar uit
een uiting van geloven.

— Coby Poelman - Duisterwinkel

Bekijk

In de Kerstnacht geboren

In de Kerstnacht geboren,
omringt door een machtig
groot Engelenschaar.

Het Jezus kindje, door God verkoren
Jozef en Maria als stoffelijk paar,
fluisteren vol verheerlijking
“, eindelijk is de Verlosser daar.”

De hemel brak open als een
donkere bliksemschicht.
De stal werd door een stralende ster
in de donkere nacht helder verlicht!

Herders in de velden zagen van verre
het heldere hemelslicht.
Samen zongen zij met diepe stem.
Begeleid door een stralende ster,
gingen zij op weg naar Hem.

— Droomster

Bekijk

Raamvertelling

De kinderen in de straat
zagen van jongs af aan
in de versierde erker
de wijzen uit het oosten,
de herders aan de zuidkant gaan
en op het westen stond de stal.

Het jonge paar,
beschenen door een kaars,
het rustte ergens
tussen wijzen en de herders

tot op kerstmorgen
alles was gewijzigd.
Dan waren Jozef en Maria,
herders en de wijzen
te vinden in en rond de stal,
het kindje Jezus
stralend in hun midden.

De kinderen in deze straat
werden vertrouwd
met het verhaal
van zoeken, vinden
en aanbidden.

— Coby Poelman - Duisterwinkel

Bekijk

Kaarsengedichtje voor advent

Er staan vier kaarsjes op een rij
te wachten op het feest.
Eรฉn lichtje laat ons alvast zien
hoe mooi het is geweest.

Nu mogen er twee kaarsjes aan,
ons wachten wordt beloond.
Het wordt steeds lichter in de kerk,
dit huis waarin God woont.

Vandaag branden drie kaarsjes,
drie vlammetjes van licht
vertellen van het Kind dat komt,
is dรกt geen mooi bericht?

Nu mag het vierde kaarsje aan.
Vier lichtjes laten horen:
nog een paar nachtjes slapen,
dan wordt het Kind geboren.

— Coby Poelman - Duisterwinkel

Bekijk

Adventscadeau

In de kerstboom hangt een ster,
werkje van de kleuterschool.
Langs het doorschijnende oranje
omlijnt het fijn geprikte zwart
de driehoeken,
zes grote en zes kleine

in gouden letters
staat door juf
in 't hart geschreven
de meegegeven boodschap
Ere zij God!

In mijn herinnering zie ik
het kleine meisje,
haar oogjes stralen
al van ver,
jaar in jaar uit
schijnt op het zacht oranje
een hemels licht over
de mooi gevormde ster.

— Coby Poelman - Duisterwinkel

Bekijk

© Copyright 1996-2026