Kerstgedicht: βKerstnachtβ
Dit is de nacht, dit is de stille nacht,
dit is de averechtse tijd
waarin de hemel zich verblijdt,
terwijl de aarde op een teken wacht.
Dat er al is, dat al gegeven is.
Het teken van de moede vrouw
die voortging en die baren zou
en die men wegschoof in de duisternis.
De hemel weet, alleen de hemel weet
dat vrede en welbehagen saam
reikhalzen naar een nieuwe naam.
De aarde is als vanouds voor niets gereed.
Al straalt de nacht, al straalt de heilige nacht
veel klaarder dan de zon vermag,
pas als het donker wordt bij dag,
zal op de aarde alles zijn volbracht.
— Jan-Arend de Wit
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer kerst gedichten
De dennenboom
getooid in kerstkledij
versierd met slingers
ballen en lekkernij
Cadeautjes paraderen
parmantig in het rond
kinderen spelen
samen op de grond
En vrolijkheid straalt
uit ieders ogen
van ieder van hen
die Kerstmis graag mogen
Speciaal voor jou
is dit mijn Kerstwens
Oprecht
en uit het hart
Gezondheid
en heel veel geluk
En vreugde
op je pad
Héél langzaam gaan mijn gedachten richting
Kerst.
Ik ben dan in de regel niet op mijn allerbest.
Eenzaamheid knaagt extra aan mij en erop uit
gaan is er nauwelijks bij.
Vorig jaar ben ik alléén gaan eten en wel buiten
de deur. Ik vond dat een goed plan wel en je
vindt er een kΓ©ur!
Tot mijn verrassing trof ik er bekenden die mij
vroegen bij hun aan tafel te gaan.
Maar ik heb beleefd geweigerd, vond dat ik
alleen zijn moest leren doorstaan.
Ruim een uur heb ik dit vol gehouden, vond
het dΓ‘pper van mezelf.
Wat ik dΓt jaar zal doen weet ik nog niet, 't idee komt vanzelf.
Ik houd van de warmte die ik in een kerk soms
vind. Ik geniet tamelijk van het eeuwenoude
verhaal van het geboren Kerstkind.
Ook radio en t.v. kunnen me amuseren, zodat
ik niet van Γ‘lles hoef te ontberen.
Ach, ik ben bepaald niet de enige die er zo voor staat.
Het met mezelf wel lΓ©uk hebben is iets dat dan volstaat!
— Dakoyria
De kinderen in de straat
zagen van jongs af aan
in de versierde erker
de wijzen uit het oosten,
de herders aan de zuidkant gaan
en op het westen stond de stal.
Het jonge paar,
beschenen door een kaars,
het rustte ergens
tussen wijzen en de herders
tot op kerstmorgen
alles was gewijzigd.
Dan waren Jozef en Maria,
herders en de wijzen
te vinden in en rond de stal,
het kindje Jezus
stralend in hun midden.
De kinderen in deze straat
werden vertrouwd
met het verhaal
van zoeken, vinden
en aanbidden.
— Coby Poelman - Duisterwinkel