Kerstgedicht: βKerst en geloof gedichtjeβ
In de koude lange dagen,
hebben we hier toch wat vragen,
is het geloof nog in het land,
samen gaan hand in hand?
Met kerstwensen wordt je overladen
met velen voornemens, goede daden.
Bidden strekt niet meer tot eer
geld, bezit, ik-zucht meer en meer.
Pedofilie, oneervolle praktijken en oplichterij,
vieren deze dagen hoogtij.
Ach mensen we zijn er allen niet voor te vinden.
Kindje Jezus wou dat we elkander correct beminden.
Dus wat we allen voor u wensen
zijn niet de dagelijkse kerst- en nieuwjaarswensen,
maar inkeer, inzicht en een geloof diep en sterk
goede moed in het dagelijks werk...
Meer kerst gedichten
Niet alleen wanneer het Kerstmis is
Niet alleen wanneer het Kerstmis is
maar het hele jaar door
komt de vreugde die je uitdeelt
terug bij jezelf van hier en daar
En hoe meer je van jouw zegen
geeft aan mensen zonder vreugd
des te meer zul je ontvangen
zodat het je hart verheugt
Het is kerstmis overal
βt Is kerstmis overal.
Iedereen wil vrede bovenal.
Wij dromen onze dromen,
Bij mooi versierde bomen.
βk Heb het mooiste kerstpakje gevonden.
Er is een rode strik rond gebonden.
Mijn droom wordt waargemaakt.
Mijn geschenk is buitengewoon volmaakt!
De Hemelse Vader zag een groot verdriet,
daarom dat Hij zijn prachtig paleis verliet.
Hij daalde van boven neer.
Zo werd Hij een klein Kindeke teer.
Geboren in een stal kwam Hij arm op dβ aard,
daardoor werd ik rijk en heel veel waard.
Nu is βt nooit meer donker in mijn hart,
want Hij geeft veel licht en troost voor mijn smart.
Uit dank wil ik U nu verhogen en eren mijn Heer,
want bij mij vindt U plaats in mijn ziel steeds weer.
Van blijdschap zongen de engelen een lied in koor,
maar een nieuw gedicht draag ik mijn Heiland voor.
Maria droeg het Kerstkind onder haar hart,
U zette haar, maar ook ieder die Jezus gelooft, apart.
U brengt nu verlossing en maakt alles weer goed,
voor wie tot Hem komt en zich wast in Zijn bloed.
Koningen schonken U een kostbare gift, doch mijn naam staat voor eeuwig in Uw Hand gegrift! Nu geef ik mijn lichaam aan Hem tot woning,
Want spoedig verwacht ik Hem terug als mijn Koning.
— Maria Segers
Jozef zat stil te staren
Jozef zat stil te staren,
hij kon het niet verklaren.
Hoe kon het dat zijn lieve vrouw
zwanger was, ze was hem toch trouw?
In het lot schikken moest hij zich,
het kleine, onschuldige wicht
dat in haar schoot verborgen was,
Zou geboren worden alras.
Dan samen nog de reis ondernemen,
en zij was al zover henen,
ze liep toch reeds op alle dag
en zitten op een ezel! 't is wat men vermag.
Vele vragen die hem bezig hielden,
soms wist hij niet wat hem bezielde.
Weglopen van dat alles ging niet meer,
zijn gedachten gingen ?
Maria, vermoeid zag ze hem aan,
"Jozef we moeten verdergaan".
Bij de herbergen moet je kwartier gaan vragen,
het kind wordt te zwaar om nog te dragen.
Jozef, opschrikkend uit zijn gedachten,
moest een plaats vinden om te overnachten.
Het kindje kondigde zich al aan,
Maria die koest nu rusten gaan.
Ongerust en vol met zorgen,
keek hij op naar de dag van morgen.
Toen hij Maris in haar gezichtje keek,
zag zij van vermiedheid bleek.
Nergens kon hij onderdak vinden,
niet eens een plek om het ezeltje aan te binden, zodat ze even rusten konden,
het liep al tegen de morgenstonde.
Een man, vervult met mededogen,
keek Mariain haar ogen,
en wees Jozef de weg naar een stal.
"Opdat zij wat rusten zal."
Waren zij daar aangekomen,
engelenzang werd er vernomen.
Herders in de velden knielden neer,
en vonden het kindje teer,
slapend bij zijn moeder,
en Jozef was hun hoeder.
Toen hij hen daar beiden zo zag,
verscheen er op zijn gezicht een lach.
Het vertrouwen tussen Jozef en de Heer,
was er op dit moment alweer.
Zijn vrouw en zijn kindje zoet,
nu was ook voor Jozef alles goed.
Het was een bijzondere maaltijd
Het was een bijzondere maaltijd,
Jezus was uitgenodigd bij Simon
Die Hem een maaltijd had bereid
Of nu het volgende, voor of na,
het eten begon?
Weet ik niet met zekerheid?
Maar een vrouw, die een zondares was
Vond Jezus, daar bij Simon
Dragende een zalf, in een fles van albas
Waar haar Heilands, voetwassing begon?
Met vele tranen van haar ogen
Werden Jezus voeten nat,
Met haar haren mocht zij ze drogen
O!, wat groot was haar Liefde die zij bezat..
Geen enkel woord heeft zij gesproken
Maar met kussen, en geween
Haar zondaarsleven was verbroken
Haar Liefde dreef haar, tot Jezus heen?
Zij mocht ook zalven, Jezus voeten
Uit dankbaarheid, heeft ze dit gedaan
Dat Hij, voor haar zonden wou boeten
Toen?? zag Jezus haar aan?
En sprak?, vrouw ga in vrede heen
Weet dat u, door uw geloof behouden zijt
Uw geloof dreef u tot Mij, uw geloof alleen
Zij mag Hem nu loven, nu en in eeuwigheid?