Kerstgedicht: ‘Het wordt Kerst’
Het wordt Kerst, dat is te zien hoor
want daar midden op het plein
staat me toch een grote boom zeg
hij moet hoog tien meter zijn
Aan zijn takken hangen kaarsjes
branden doen ze dag en nacht
's avonds lijken het net sterren
het zijn de mooiste die ik zag
Rond de boom staan houten kraampjes
vol met dozen engelenhaar
slingers, lampjes, glinsterballen
vast wel duizend bij elkaar
Het ruikt overal naar worstjes
chocola en erwtensoep
maar ook naar de dennenboom
bij de kerkmuur op de stoep
Hoor je 't vrolijke muziekje?
't komt van achteraan het plein
waar een draaimolen snel-langzaam
ronddraait als een sprookjestrein
Hij is wit, met goud beschilderd
en versierd met dennengroen
heeft niet één maar twee etages
waarop je een rit kan doen
Het wordt Kerst, misschien een witte
want heel stil, zonder gerucht
dalen kleine witte vlokjes
uit de donkergrijze lucht
— Carry W. Zijlstra-van Dijk
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer kerst gedichten
Als ergens geluk voor het oprapen lag
zou ik daarheen gaan op eerste Kerstdag
Handen vol opgooien, hoog in de lucht
dwarrelend met de wind in vogelvlucht
Langs de sterren en de maan
zou het dan jullie kant op gaan
Al was het een klein beetje maar
dan wordt het voor jullie
een gelukkig nieuw jaar!
De spierwitte sneeuw buiten,
binnen klamme beslagen ruiten.
Kerstmis, ik wacht al weer een jaar,
een jaar met pijn en verdriet, zonder elkaar.
Ik droom nu al weer hoe het straks zal zijn,
samen met jou, jouw intens gevoel, zo fijn.
Kon het maar altijd kerstmis zijn!
Ik stopte in een doosje
een aller mooiste droom.
Ik versier het met een roosje
en hang het in jouw boom.
Denk ook eens aan hen
zonder familie zonder vrienden
zonder kus en ook geen lach
zonder warmte maar heel even
gewoon een domme regendag
Denk ook eens aan hen
die daar liggen op de grond
voor hen is het geen Kerstmis
maar zoals altijd een Vastenavond
— Gemaakt door J. van W.