Kerst gedicht: βEen witte kerst als in een droomβ
Een witte kerst als in een droom
Met tientallen lichtjes in de boom
Kerstballen blinken
Kerstklokken klinken
De gezelligste tijd van het jaar
Met het hele gezin bij elkaar
— Peter Pronk
Meer kerst gedichten
From January 1st
From January 1st
to the end of December
Here's wishing you a year
to enjoy and remember!
I wish you the joy of Christmas
I wish you the joy of Christmas
The spirit's sweet repose
I wish you the peace of Christmas
To mark the old year's close
I wish you the hope of Christmas
To cheer you on your way
And a heart of faith and gladness
To face each coming day
Kerst is iets moois voor jou
Welkom 's winter in de nacht
is iets waar je op wacht
de nacht zal jou beschermen
daarom zal ik jou verwarmen
kerst is iets moois voor jou
weet dat ik veel van je hou
kerst past bij iedereen
daarom zijn wij een.
Jozef zat stil te staren
Jozef zat stil te staren,
hij kon het niet verklaren.
Hoe kon het dat zijn lieve vrouw
zwanger was, ze was hem toch trouw?
In het lot schikken moest hij zich,
het kleine, onschuldige wicht
dat in haar schoot verborgen was,
Zou geboren worden alras.
Dan samen nog de reis ondernemen,
en zij was al zover henen,
ze liep toch reeds op alle dag
en zitten op een ezel! 't is wat men vermag.
Vele vragen die hem bezig hielden,
soms wist hij niet wat hem bezielde.
Weglopen van dat alles ging niet meer,
zijn gedachten gingen ?
Maria, vermoeid zag ze hem aan,
"Jozef we moeten verdergaan".
Bij de herbergen moet je kwartier gaan vragen,
het kind wordt te zwaar om nog te dragen.
Jozef, opschrikkend uit zijn gedachten,
moest een plaats vinden om te overnachten.
Het kindje kondigde zich al aan,
Maria die koest nu rusten gaan.
Ongerust en vol met zorgen,
keek hij op naar de dag van morgen.
Toen hij Maris in haar gezichtje keek,
zag zij van vermiedheid bleek.
Nergens kon hij onderdak vinden,
niet eens een plek om het ezeltje aan te binden, zodat ze even rusten konden,
het liep al tegen de morgenstonde.
Een man, vervult met mededogen,
keek Mariain haar ogen,
en wees Jozef de weg naar een stal.
"Opdat zij wat rusten zal."
Waren zij daar aangekomen,
engelenzang werd er vernomen.
Herders in de velden knielden neer,
en vonden het kindje teer,
slapend bij zijn moeder,
en Jozef was hun hoeder.
Toen hij hen daar beiden zo zag,
verscheen er op zijn gezicht een lach.
Het vertrouwen tussen Jozef en de Heer,
was er op dit moment alweer.
Zijn vrouw en zijn kindje zoet,
nu was ook voor Jozef alles goed.