Ik heb een droom over een vrede,
Die slechts liefde geven kan; Over
De mythe van verlangen die zich
los breekt uit zijn ban.
Ik heb een droom over de moeder en de zoon;
Die koestert aan de boezem van het leven;
Die aan mij ontspringt, waar het water wel
Helder moet wezen.
Ik heb een droom over kristallen ijs;
Over blinkende waterdruppels in de zon;
Over een gouden paradijs;
Waar ik mij warmen kan aan de levensbron.
Ik heb een droom in kleinheid een uit
Vele miljoenen. Die aan miljoenen liefde
Geven kan; Die gelooft in de ster die niet niet in
Wanhoop werd ontvangen, maar de mythe blijft
Voorspellen, zolang er mensen zijn die dromen van.
— Willem Bernardus Tijssen