Kerstgedichtje: ‘De toekomst kan beginnen’
Daar gaan we dan - de toekomst kan beginnen
een nieuwe kans op mateloos geluk
ik voel het juist met kerst heel diep van binnen:
wat ik heb met jou, kan niet meer stuk
— Marianne Busser & Ron Schröder
Meer kerst gedichten
De kerststal is af
De kerststal is af, de kaarsen staan klaar
Overal versieringen, kerstklokken en engelenhaar
De kerstboom staat, de piek in de top
Warmte en sfeer, kerstmis in een notendop
Kerstnacht
Kerstnacht - het woord is als een lafenis,
een koele sneeuw, glanzend onder het zachte
stralen der sterren - op de landen is
het weerloos stil, een ongerept verwachten.
Kerstnacht - het eenzaam zwerven der gedachten
rondom het oud verhaal, het nimmer uit te spreken
verlangen naar het helder zingen in de nacht en het
opgaan van de ster, een lichtend teken.
Kerstnacht - het sneeuwt op uw geschonden aarde,
dun en versnuivend dekt een huivering
van ijle val, een lichte zuivering
het vragen, dat wij ongesteld bewaarden.
Jozef zat stil te staren
Jozef zat stil te staren,
hij kon het niet verklaren.
Hoe kon het dat zijn lieve vrouw
zwanger was, ze was hem toch trouw?
In het lot schikken moest hij zich,
het kleine, onschuldige wicht
dat in haar schoot verborgen was,
Zou geboren worden alras.
Dan samen nog de reis ondernemen,
en zij was al zover henen,
ze liep toch reeds op alle dag
en zitten op een ezel! 't is wat men vermag.
Vele vragen die hem bezig hielden,
soms wist hij niet wat hem bezielde.
Weglopen van dat alles ging niet meer,
zijn gedachten gingen ?
Maria, vermoeid zag ze hem aan,
"Jozef we moeten verdergaan".
Bij de herbergen moet je kwartier gaan vragen,
het kind wordt te zwaar om nog te dragen.
Jozef, opschrikkend uit zijn gedachten,
moest een plaats vinden om te overnachten.
Het kindje kondigde zich al aan,
Maria die koest nu rusten gaan.
Ongerust en vol met zorgen,
keek hij op naar de dag van morgen.
Toen hij Maris in haar gezichtje keek,
zag zij van vermiedheid bleek.
Nergens kon hij onderdak vinden,
niet eens een plek om het ezeltje aan te binden, zodat ze even rusten konden,
het liep al tegen de morgenstonde.
Een man, vervult met mededogen,
keek Mariain haar ogen,
en wees Jozef de weg naar een stal.
"Opdat zij wat rusten zal."
Waren zij daar aangekomen,
engelenzang werd er vernomen.
Herders in de velden knielden neer,
en vonden het kindje teer,
slapend bij zijn moeder,
en Jozef was hun hoeder.
Toen hij hen daar beiden zo zag,
verscheen er op zijn gezicht een lach.
Het vertrouwen tussen Jozef en de Heer,
was er op dit moment alweer.
Zijn vrouw en zijn kindje zoet,
nu was ook voor Jozef alles goed.
Abuis
Verdwaald op de kerstafdeling
van het giga warenhuis waarin alles
te koop lijkt ervaar ik pijn
op zoek naar
gerechtigheid
probeer ik ook eindelijk
vrede te vinden
maar vooral liefde
dan bots ik tegen een Engel op
ze zegt u bent hier abuis
en in haar hoffelijkheid
wijst ze naar de uitgang
voor doe het zelf artikelen
moet u buiten zijn
— Cor van Vliet