Doopgedicht: ‘Kindje dat het water voelt’
Kindje dat het water voelt
weet je dat God jóu bedoelt
Druppels op je babywang
raken jou je leven lang
Water tekent een geheim:
dat je kind van God mag zijn
Water levert het bewijs:
God gaat met je mee op reis
Want wanneer je bent gedoopt
weet je dat God naast je loopt
En dat Hij je altijd helpt
wat Hij zegt dat is Hij zelf
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer doop gedichten
Voor altijd een parel
in Gods hand
Uit liefde ontstaan, met liefde gedragen
gelukkig geweest met dat vreemde, dat vage
Dat trappelende, wordende mensje dat groeide
dat altijd bij ons was en altijd weer boeide
Het wachten duurt lang, steeds blijven hopen
en eindelijk gehuil, het mondje wijd open
de vuistjes gebald in een woordloos protest
de warmte is weg en de wereld niet best
Wat tedere woorden, een lach en een traan
geluk en ontroering en dan klinkt je naam
met zorg gekozen, met liefde gegeven
een naam die je draagt je verdere leven
En ouders, die zijn er, die blijven je geven
die nodige liefde, die elk kind doet leven
van liefde wordt dat roze hoopje mens
dat is voor de toekomst onze innigste wens!
— uit en met de toestemming van de doopboekjes van de Pauluskerk te Uden; ingezonden door Danielle Koops -van Dam
Kom kindje, zei de lieve Heer
Kom, kniel voor 't altaar biddend neer
Geef mij je hartje vlek'loos rein
Ik treed erin, Ik wil bij jou zijn
Met dit pasgeboren wonder
door de Schepper ons gegeven
waarmee wij biddend voor Zijn altaar staan
wordt door de doop van dit prille, nieuwe,
jonge leven
met de Heer een belofte aangegaan
Dit kind, in Gods verbond nu opgenomen
mag weten, door dit teken is er Hoop
want waar zijn pad ook uit mag komen
hij draagt de belofte van de Doop
Bij storm, duisternis of donkere machten
in een koude, wrede wereld heel alleen
mag hij, van U, o Heer, zijn steun verwachten
en schuilen met Uw liefde om zich heen
Heer, wij willen U deemoedig vragen:
wilt u dit kind, dat uit onze liefde is gegroeid
in Uw sterke Vaderarmen dragen
zodat hij in Uw waarheid groeit en bloeit
— Peter J. Visser