Kerkgangers na Pasen
Komend uit de kerk
nog vol van wat ze hoorden,
verkondigd door de
opgetogen predikant
voelen ze
vernieuwd, herboren
een diep versterkte band met
de verrezen liefdevolle Heer.
Ze groeten blij wie hen passeren
ontsluiten sloten van hun fiets,
uiten hun vreugde
tussen uitlaatgassen,
omzeilen glansrijk
glas langs de terrassen.
De kracht van overwonnen dood
doet Zijn nabijheid stralen,
het leven ademhalen
op wegen van geloof en hoop,
ze rijden in de wereld
met opgewekt gemoed
de warme gloed van Pinksteren
vol overtuiging tegemoet.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer christelijk gedichten
Velen geloven niet meer dat God bestaat
Maar geloven wel in een hogere macht
Waarvan dan het goede wordt verwacht
En waar men zich vaak op verlaat.
Bewijzen kunnen we niet dat God bestaat
Maar wel mogen we geloven dat Hij er is
Dat Hij de schepper is van licht en duisternis
Dat Hij boven al het wereldgebeuren staat.
Wie heeft de hemel en aarde gemaakt?
De luchten, de zon, de maan en de sterren?
Wie houdt de wereld in stand en bewaakt?
Is het mensenwerk, die schitterende sterren?
We mogen geloven in Gods grootheid
Hij was en is, en zal eenmaal verschijnen
Dan zal alle kwaad en onrecht verdwijnen
En zullen we getuigen van Zijn heerlijkheid.
— Fedde Nicolai
In rust overwogen
een lichtje gebrand
Op voorspraak van haar
intenties geschreven
Neergelegd in haar hand
Wordt stilte doorbroken
bescherming uitgesproken
Wanneer klinkt als zegen
het Ave Maria
Een antwoord gegeven
— Dichterbij
Verlaat mij niet Heer,
door deze ondoorgrondelijke
paden.
Hoogtepunten met
blijdschap en liefde.
Zorgen, pijn en verdriet
dat menigmaal
mijn hart doorkliefde.
Vraag U steun in al mijn dagen,
dit te weten geeft kracht
en sterkt het dragen.
— Droomster
Ik heb een droom over een vrede,
Die slechts liefde geven kan; Over
De mythe van verlangen die zich
los breekt uit zijn ban.
Ik heb een droom over de moeder en de zoon;
Die koestert aan de boezem van het leven;
Die aan mij ontspringt, waar het water wel
Helder moet wezen.
Ik heb een droom over kristallen ijs;
Over blinkende waterdruppels in de zon;
Over een gouden paradijs;
Waar ik mij warmen kan aan de levensbron.
Ik heb een droom in kleinheid een uit
Vele miljoenen. Die aan miljoenen liefde
Geven kan; Die gelooft in de ster die niet niet in
Wanhoop werd ontvangen, maar de mythe blijft
Voorspellen, zolang er mensen zijn die dromen van.
— Willem Bernardus Tijssen