Schoon is de bloem van de lente
Haar schoonheid is het pad van de jeugd
Maar het schoonste dat een meisje kan wensen
Is eenvoud, zachtheid en deugd
Poëziealbumversjes – pagina 4
Sprokkel kind, de kleine dingen
van je leven trouw bijeen:
bloemen, schelpen, bonte steentjes
Sprokkel en vergeet er geen
loop het goede in je leven
in je haast toch niet voorbij
kleine takjes geven warmte
kleine dingen maken blij!
God heeft de wereld mooi gemaakt
Met dieren groot en klein
Met bomen, bloempjes in het gras
In Zijn wereld mag jij er zijn!
Wees steeds de lelie gelijk
Eenvoudig als het viooltje rijk
Trouw als de klimop aan de rots
Dan word je een kind ter ere Gods
Jij kleine guit
....(naam)...., jij kleine guit
met je ondeugende snuit
Wil je om mij te plagen
een versje komen vragen
Nu dan, mijn lieve kind
hier zoals je nergens vindt
Hoe ik ook maar verzin
ik weet niet hoe ik begin
Daarom tot besluit
een zoentje op je snuit
Doe als kind je kleine plichten
Wees gehoorzaam, lief en goed
Wees geduldig en tevreden
Altijd blij en welgemoed
Want bedenk, je bent nog klein
Maar eens zal je groter zijn
Wie als kind zijn plicht niet doet
Doet het later ook niet goed
Er was eens een heel klein beertje
dat beertje heette Poeh
Het was een grappig beertje
zonder al teveel gedoe
Hij zit hier op het plaatje
zijn vriendjes zijn erbij
Hij maakt heel graag een praatje
en weet je wat hij zei?
Ik ken een heel lief meisje
...(naam)... is haar naam
Ik zing voor haar een wijsje
omdat ik in haar poëzie mag staan
Wat er ook gebeurt in het leven
Wat je pijn doet of je drukt
Wat je stil verdriet mag geven
Bij een streven dat niet lukt....
Meisje, houd de moed erbij
Kind lief, zoek de zonnezij
Wat je ergert of je hindert
Mensen hier en dingen daar
Wat je goede zin vermindert
Wat je zorg geeft of bezwaar
Meisje, houd de moed erbij
Kind lief, zoek de zonnezij
Ik ken een aardig meisje
Wil je haar eens zien?
Kijk dan in de spiegel
Dan zie je haar misschien
Gaat 't buiten soms stormen
zo hard als het wil
Maar 't zonnetje binnen
schijnt vriendelijk en stil
Voor ouden en jongen
voor groot en voor klein
Voor ieder kan 't binnen
een zonnetje zijn
Wees thuis een zonnestraaltje
Op school een aardig kind
Dan word je vast en zeker
Door iedereen bemind
Ik wens je op je levenspad
veel zon en weinig regen
Dan gaat het vast goed, mijn kind
en daar is niets op tegen
Een vrolijk gezichtje
met ogen die stralen
Een stel rappe handen
dat niet weet van dralen
Een hartje van goud
vol lust, lol en plezieren
Dat zijn de dingen
die elk meisje sieren